Vrouw met de hamer

Geschreven door: Rob Sebes

Op de website van Wibra glimlacht een teddybeer de bezoeker tegemoet. Hij wordt afgewisseld door de ‘Fashion Tip’. Verderop staat een vrolijk plaatje van het razend populaire schoonmaakmiddel Dasty.
Niets dat wijst op een fel debat dat de afgelopen dagen via de media is gevoerd. Kort gezegd: minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) opent via het AD de aanval op Wibra, Coolcat en Prénatal die zouden weigeren een akkoord te tekenen om de veiligheidspositie van werknemers in Bangladesh te beschermen. Het AD meldt in het bewuste artikel dat de betrokken bedrijven niet konden reageren.
In de dagen daarna komt het vervolg. Niet alleen via het AD maar ook via andere dagbladen en uiteraard via nieuwswebsites. De topman van Coolcat kaatst de bal keihard terug naar de minister die in zijn woorden net een zeemeeuw is: ‘Ze schijt op je hoofd en dan vliegt ze door’.

Haken en ogen
Wibra en Prénatal blijven volgens de media weigeren inhoudelijk commentaar te geven. Wie goed zoekt op hun websites, komt uiteindelijk een korte verklaring tegen in de vorm van een soort persbericht.  Daaruit blijkt dat er volgens de bedrijven allerlei haken en ogen aan het akkoord kleven maar dat ze er wel serieus mee bezig zijn. Coolcat wordt tot overmaat van ramp slachtoffer van een door een actiegroep verstuurd nep-persbericht dat de NRC haalt.
Overigens zijn op de websites van Wibra en Prénatal ook rubrieken in te zien van de maatschappelijke betrokkenheid van beide winkelconcerns. Maar in de publieke opinie komen beide bedrijven over als gesloten eenheden die zich niets aantrekken van de werknemers die in een ver land hun kleding produceren.

Retorische vraag
Nu de stofwolken aan het optrekken zijn, is het goed de vraag te stellen of de drie bedrijven qua communicatie- en mediabeleid vakkundig waren voorbereid op de netelige kwestie. Dat een minister zo hard naar een onderneming uithaalt, was wellicht niet te voorzien. Maar het ‘Bangladesh-akkoord’ hing al vele maanden boven het hoofd van deze bedrijven. Dan is het te verwachten dat er vroeger of later publieke  commotie ontstaat. In zulke situaties moet je het communicatie- en mediabeleid kant en klaar hebben liggen. Zodat je met één druk op de knop los kunt gaan. Het liefst met een proactieve insteek, zodat je de hamerslag vóór bent. Maar in elk geval ook met elementen van crisiscommunicatie. Daarmee had de imagoschade beperkt of zelfs voorkomen kunnen worden.

Een reactie plaatsen