Opschalen vraagt om risicodeling: waarom de Nederlandse defensie-industrie nog niet op stoom komt 

Door Tjeerd Ritmeester

Recent was ik op een bijeenkomst van Nederlandse defensiebedrijven, georganiseerd door de Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV). Middels een simpele hand-op-steek-vraag werd in een keer het probleem van de Nederlandse defensie-industrie duidelijk zichtbaar gemaakt.

De moderator vroeg aan de zaal wie nog niet levert aan de Nederlandse overheid. Het merendeel van de aanwezigen stak de hand op. Daarna vroeg de moderator wie dat wél graag zou willen. Diezelfde groep aanwezigen hield de hand omhoog.

De Nederlandse overheid heeft de ambitie om de defensiecapaciteit versneld op te schalen. En die overheid heeft zichzelf ten doel gesteld 40 tot 60 procent van de defensie-uitgaven bij Nederlandse bedrijven te doen. Dat is niet alleen economisch aantrekkelijk, maar vooral ook strategisch noodzakelijk.

Maar: waarom lukt dat dan nog niet?

Er is geen gebrek aan geld

Het probleem is niet het gebrek aan geld. In het coalitieakkoord wordt ingezet op een forse intensivering van defensie-uitgaven, oplopend tot circa 19 miljard euro extrastructureel. Daarmee groeit het defensiebudget in korte tijd richting een historisch hoog niveau.

De kloof tussen ambitie en realisatie is daarom geen kwestie van onwil, maar van uitdagingen in het huidige systeem. Drie knelpunten springen eruit.

1. Financiering en risico zijn uit balans

Een defensiebedrijf dat wil opschalen moet substantiële voorinvesteringen doen: denk aan productiecapaciteit, personeel en certificering. Die investeringen moeten vaak worden gedaan vóórdat er zekerheid is over afname.

Voor financierders is dat een lastige situatie. Banken zijn terughoudend zolang contracten niet definitief zijn. Ook constructies met voorfinanciering door de Nederlandse overheid bieden in de praktijk niet altijd verlichting, bijvoorbeeld wanneer daar bankgaranties tegenover staan die de liquiditeitsruimte van bedrijven beperken.

Het gevolg is dat bedrijven wel wíllen investeren, maar financiering niet rond krijgen.

2. Geld blijft steken in de keten

Verderop in de keten ontstaat een tweede knelpunt. Grote defensiebedrijven en hoofdaannemers beschikken over goed gevulde orderboeken, maar zij hanteren vaak lange betalingstermijnen richting hun toeleveranciers.

Daardoor blijft geld ‘hangen’ in de keten. En kleinere bedrijven, die juist moeten opschalen om aan de vraag te voldoen, komen hierdoor onder druk te staan.

3. Innovatieve bedrijven vallen buiten de boot

De Nederlandse kracht ligt in innovatieve technologie zoals drones, radars, slimme materialen en andere dual-use technologieën. In deze domeinen opereren veel startups en scale-ups.

Juist deze bedrijven heeft moeite om toegang te krijgen tot financiering en contracten. Hun risicoprofiel sluit onvoldoende aan bij bestaande financieringsmiddelen, terwijl hun technologie essentieel is voor Defensie van morgen.

Strategische implicaties

Deze knelpunten raken aan een fundamentele vraag: waar willen we als Nederland en Europa (strategisch) autonoom in zijn?

Wanneer kennis en technologie in Nederland worden ontwikkeld, maar opschaling elders plaatsvindt, verliest Nederland niet alleen economische waarde. Ook controle over productie, doorontwikkeling en toepassing verschuift naar andere landen.

Dit ondermijnt de beoogde strategische weerbaarheid. In plaats van het opbouwen van een eigen industriële basis, ontstaat het risico dat Nederland vooral bijdraagt aan de versterking van ecosystemen elders.

De rol van de Nederlandse overheid: van opdrachtgever naar risicopartner

De huidige situatie vraagt om een andere rol van de overheid. Niet alleen als opdrachtgever, maar als actieve partner in het ontwikkelen van industriële capaciteit.

Dat betekent in de kern het beter organiseren van risico.

Concrete aangrijpingspunten zijn:

  • Risicodeling in de financieringsfase
    Door garanties, co-investeringen of aangepaste financieringsinstrumenten kan de overheid private investeringen los trekken.
  • Verbetering van betalingsstructuren in de keten
    Snellere en eerlijkere betalingstermijnen kunnen liquiditeit vrijmaken waar die het hardst nodig is.
  • Gerichte ondersteuning van startups en scale-ups
    Innovatieve bedrijven vragen om andere instrumenten dan gevestigde spelers. Hier ligt een kans om de toekomstige technologische basis te versterken.
  • Strategische focus
    Zoals ook breder wordt benadrukt in onder meer het Rapport Wennink: keuzes zijn nodig. Niet alles kan, maar wat we kiezen moet consequent worden ondersteund, ook financieel.

Conclusie

De ambitie om de Nederlandse defensie-industrie op te schalen is helder en breed gedragen. Bedrijven zijn bereid om te investeren en samen te werken. De geopolitieke noodzaak is evident.

Maar zonder een systeem dat risico’s beter verdeelt, en een Nederlandse overheid die daarin de lead neemt, blijft die ambitie steken in potentie.

Opschaling vraagt niet alleen om geld, maar om de bereidheid om risico te organiseren en te delen. Zonder die stap blijft strategische autonomie buiten bereik.

EPPA Brussel en Nederland organiseren ‘Defensie-Dialogen’ over toekomst Europees defensiebeleid

Donderdag 3 oktober organiseerden EPPA Brussel en EPPA Nederland hun Defense Dialogue Lunch: “European Defence at a crossroads: time for a stronger European industry policy” in Brussel. De lunchsessie is de eerste in een reeks defensie-dialogen met het oog op het versterken van samenwerking op het gebied van het Europese defensiebeleid.

Gasten en keynote-sprekers

Tijdens deze dialoog ging EPPA in gesprek met defensiespecialisten, industrie-experts, EU-functionarissen, politici en kennisinstituten over de uitdagingen en toekomst van het Europese defensiebeleid in een tijd van toenemende geopolitieke instabiliteit. Centraal stond het aangaan van nieuwe verbindingen en het onderhouden van belangrijke netwerken in de defensiesector om deze – waar nodig – te bevorderen.

Keynote-sprekers waren Lieutenant-Generaal (Rtd) Claude van de Voorde, voormalig Belgisch NAVO-vertegenwoordiger, en Generaal Vincent Breton van de Franse luchtmacht en tevens en directeur van het Franse Doctrine Centrum, die beiden waardevolle inzichten boden in de strategische uitdagingen waar Europa voor staat. Tijdens hun betoog werd ingegaan op de dringende noodzaak om de Europese defensie-industrie te versterken, meer standaardisatie te bewerkstelligen, de rol van AI in moderne oorlogsvoering en het belang van duurzame innovaties van wapensystemen en munitieproductie.

De uitdagingen en toekomst van het Europese defensiebeleid

De discussie draaide onder meer om de vraag hoe Europa zijn militaire infrastructuur en samenwerking verder kan ontwikkelen om opgewassen te zijn tegen vijandige natiestaten. De sprekers benadrukten dat Europa zich moet wapenen tegen een complex vijandsbeeld en dat een sterke industriepolitiek essentieel is om deze uitdaging het hoofd te bieden. Het belang van geïntegreerde wapensystemen, grensoverschrijdende samenwerking tussen EU-lidstaten, en de urgentie om de volgende generatie bewust te maken van het belang van defensie kwamen eveneens aan bod.

Met vertegenwoordigers van onder meer grote defensiebedrijven, Europese politici en ambtenaren, defensie-experts en kennisinstituten uit heel Europa – waaronder Nederland – was de dialoog niet alleen informatief, maar bood het ook waardevolle mogelijkheden tot het vormen en verkennen van nieuwe strategische samenwerkingsverbanden. Al met al was het een geslaagde en interessante dag!

De volgende lunchsessie

De volgende lunchsessie zal in november plaatsvinden, waarbij de focus zal liggen op bedrijven binnen de defensie-industrie. Geïnteresseerden kunnen zich vooraf aanmelden bij EPPA Nederland. Verdere details zullen spoedig worden gedeeld.

Geïnteresseerden voor de volgende lunchsessie in november kunnen zich bij ons melden door een mail te sturen naar info@eppa.nl .