Commissievergaderingen Eerste Kamer nu openbaar

Op dinsdag 10 mei 2022 is een belangrijke stap gezet om de transparantie van de Nederlandse democratie te verhogen. De commissievergaderingen van de Eerste Kamer zijn namelijk vanaf deze datum openbaar.

Hierdoor zijn burgers en organisaties niet langer aangewezen op de beknopte verslaglegging in de zogeheten ‘korte aantekeningen’, maar kunnen zij de senatoren live of digitaal aanschouwen om veel preciezer te horen wat er is gewisseld over de verschillende beleidsonderwerpen. Tot voor kort waren alleen sommige commissievergaderingen, zoals mondelinge overleggen en deskundigenbijeenkomsten, openbaar.

EPPA zet zich in om de toegankelijkheid van de Nederlandse politiek te vergroten. Eerder pleitte senior consultant Nora van Elferen bijvoorbeeld succesvol voor het openstellen van de commissiezalen van de Tweede Kamer.

EPPA over gemeentelijke lobby bij radioprogramma Haagse Invloeden

In het radioprogramma Haagse Invloeden bespreekt host Ruben van Twillert samen met senior adviseur Nora van Elferen hoe je lobbyt voor of in gemeenten. EPPA helpt o.a. gemeenten bij het bepalen en uitvoeren van hun lobbystrategie.

“Een grote uitdaging de komende tijd zal worden dat in veel gemeenten de lokale partijen hebben gewonnen bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. Die hebben geen directe lijn met ‘Den Haag’. Hoe dat de lobby van gemeenten gaat beïnvloeden is iets wat wij de komende tijd gaan bekijken”, aldus Nora van Elferen in Haagse Invloeden.

Uit het EPPA-rapport ‘Groeiende Gemeentebelangen’ dat vorig jaar verscheen, bleek dat er nog veel te winnen valt voor gemeenten op het gebied van lobby. Door decentralisaties hebben gemeenten veel taken erbij gekregen, bijvoorbeeld rond  duurzaamheid, wonen, Omgevingswet, jeugdzorg en stikstof, terwijl de financiële middelen zijn achtergebleven. Het rapport is terug te lezen via deze link.

Nora: “Het is daarom niet zo vreemd dat gemeenten in toenemende mate inzetten op lobby richting het Rijk. Zij behartigen hier de belangen van hun inwoners”.

Bekijk hier het artikel over de uitzending op de website van Den Haag FM.

EPPA verwelkomt drie nieuwe medewerkers

Per maart 2022 zijn bij EPPA drie nieuwe medewerkers gestart: Suzanne Glimmerveen, Niels van Wees en Emma van der Tang. Welkom! Suzanne is gestart als researcher public affairs en een uitbreiding van ons politieke monitorteam. Ook zal zij de adviseurs gaan ondersteunen bij de dienstverlening aan onze klanten. Niels van Wees en Emma van der Tang zullen tot het zomerreces stagelopen bij EPPA: Niels op het vlak van public affairs en strategie en Emma gaat aan de slag bij onze strategische communicatie- en digital public affairs specialisten.

 

Suzanne Glimmerveen
Suzanne heeft zich gespecialiseerd in genderstudies en werkervaring opgedaan bij WO=MEN Dutch Gender Platform en een social impact start-up in Amsterdam. Bij dit laatste bedrijf deed zij kennis op van het lobby-proces waarna ze graag een overstap wilde maken naar een public affairs kantoor. Suzanne studeerde Politicologie aan de Stockholm Universiteit en beschikt over een master Nationalism, Ethnic Conflict and Development van de Universiteit Leiden. Ook heeft zij een jaar aan de Vrije Universiteit Berlijn gestudeerd.

Niels van Wees
Niels van Wees heeft een achtergrond in Sociale Geografie en Planologie (Universiteit van Utrecht). Gedurende zijn studie heeft hij zich steeds meer gericht op de politieke kant van het geografische vakgebied. Als gevolg van dit politieke aspect volgt hij momenteel een master Conflicts, Territories en Identities in Nijmegen. Niels hoopt bij EPPA meer te leren over hoe public affairs en lobby in de praktijk werken en hiermee ervaring op te doen.

Emma van der Tang
Emma van der Tang heeft een bachelor communicatiewetenschappen met een focus op (sociale) media en markt afgerond. Momenteel volgt ze twee masters: politieke communicatie en beïnvloedingscommunicatie. Emma heeft via vrijwilligerswerk ervaring opgedaan met communicatie tijdens haar taken als social media-adviseur, content creator, tekstschrijver en fondswerver. Daarnaast is zij actief als student assistent communicatie bij de Universiteit van Utrecht. Emma hoopt bij EPPA veel te leren over strategische communicatie en digital public affairs.

Het EPPA-team is blij met deze uitbreiding en we wensen Suzanne, Niels en Emma veel succes en plezier toe bij EPPA!

Opinie: Wacht niet langer met het openstellen van commissiedebatten voor publiek

door Nora van Elferen*

Transparantie parlement cruciaal voor democratie

Sinds het voorjaarsreces kunnen burgers de Tweede Kamer weer als vanouds bezoeken, twee jaar nadat het parlement op 11 maart 2020 haar deuren sloot door de coronacrisis. Deze rigoureuze stap kenmerkte de ernst van de coronacrisis voor de Kamer destijds, die immers internationaal bekend staat als toegankelijk en transparant. Er gelden geen beperkingen meer voor de publieke tribune van de plenaire zaal, er is niet langer een maximale duur aan bezoek verbonden en fysieke petitie-aanbiedingen, een van de oudste middelen van burgers om een thema in Den Haag te agenderen, zijn weer mogelijk. Een belangrijke stap om de traditionele transparantie van de Nederlandse democratie te herstellen.

Omgangsvormen in het parlement: geen publiek meer bij commissiedebatten?

Een vaak vergeten maar cruciaal onderdeel van de Nederlandse democratie blijft zich echter afspelen achter gesloten deuren: de commissiezalen. Pakweg 80% van de debatten in de Tweede Kamer vindt in deze zalen plaats, over onderwerpen die variëren van stikstof, de woningmarkt of Oekraïne. Deze commissiedebatten krijgen traditioneel gezien minder media-aandacht, maar zijn bij uitstek de plek waar Kamerleden inhoudelijk met elkaar debatteren over de prangende problemen van Nederland.

Voorzitter Bergkamp houdt in de laatste brief aan de Kamerleden van eind februari echter vast aan een vergaderopstelling met 1,5 meter afstand. De zalen in de nieuwe accommodatie zijn dan te klein voor publiek. Pas rond het meireces voorziet de voorzitter mogelijk verdere versoepelingen in het parlement. Burgers zijn aangewezen op de nauwelijks bekende videofeeds om debatten te volgen. Videoregistratie doet echter geen recht aan de dynamiek van het fysieke debat en ontneemt burgers de kans om hun volksvertegenwoordigers in levenden lijve in actie te zien.

Wacht niet langer met het openstellen van commissiedebatten voor publiek

Een opmerkelijke keuze. Op 15 maart mochten 55.000 man dicht opeengepakt in de Arena naar Ajax-Benfica kijken maar een van de belangrijkste onderdelen van het parlementaire proces blijft gesloten voor publiek? Is dit een voorbeeld van de nieuwe bestuurscultuur? Zijn dit de fatsoenlijke omgangsvormen waar zoveel over te doen is in de Tweede Kamer? Of zegt dit wellicht iets over het belang wat de Kamer zelf hecht aan de transparantie van debatten in de commissiezalen, waar minder camera’s op zijn gericht en waar het moeilijker is om Twitter-filmpjes op te nemen?

Het is te hopen dat de Kamer zo snel mogelijk weer publiek toelaat in commissiedebatten om niet langer de transparantie van het Nederlandse parlement onnodig in te perken. Dat zou pas een voorbeeld van fatsoenlijke omgangsvormen in de nieuwe bestuurscultuur zijn.

*senior consultant bij advieskantoor EPPA Politiek & Lobby. EPPA zet zich in om de toegankelijkheid van de Nederlandse politiek te vergroten.  

Russische inval noodzaakt tot heroverweging issuemanagement

door Rob Sebes en Willem Jan Roelofs*

De Russische inval in Oekraïne is natuurlijk in de eerste plaats een ongekend drama voor de lokale bevolking, inclusief de vluchtelingen die van de ene op de andere dag huis en haard moeten verlaten.

Maar de ontstane crisis heeft ook politieke, economische en maatschappelijke gevolgen voor het Westen en dus voor Nederland. Onvermijdelijk zal dat ook de public affairs, lobby en communicatie van bedrijven en organisaties beïnvloeden.

Het kabinet en veel andere landen in Europa zetten volop in op militaire steun aan Oekraïne en het financieel-economisch isoleren van Rusland en de oligarchie. De sportwereld roert zich. Ook andere sectoren kunnen en zullen niet achterblijven met het nemen van sancties, zoals de luchtvaart en de cultuursector al laten zien. Misschien dat een staakt het vuren al dan niet tijdelijk een time-out geeft, maar de oorlogsdreiging en de sancties lijken voorlopig te blijven bestaan.
Hoe langer dit duurt, des te meer negatieve gevolgen dat zal hebben voor de bevolking in westerse landen. De landelijke politiek, consumenten en bedrijven maar ook publieke sectoren op decentraal niveau krijgen er allemaal mee te maken.

Ander speelveld, andere randvoorwaarden

Het zal onvermijdelijk leiden tot een herschikking van prioriteiten in Nederland. Het politieke, bestuurlijke, economische en maatschappelijke speelveld zal dan veranderen.

Als je zo door redeneert, kun je concluderen dat ook de randvoorwaarden zullen veranderen voor de public affairs, lobby en communicatie van bedrijven, maatschappelijke instellingen en publieke organisaties. Het is bij uitstek de taak van de professionals in genoemde vakgebieden – die immers per definitie ‘van buiten naar binnen kijken’- om de vertaalslag te maken naar de eigen organisatie.

Geëigend instrument

Het geëigende instrument om te beoordelen of een gebeurtenis ‘in de boze buitenwereld’ mogelijk invloed heeft op een organisatie is issuemanagement. Gezien de impact van de oorlog in Oekraïne is het zaak dat bedrijven, instellingen en publieke organisaties – inclusief de rijksoverheid – snel hun issuemanagement activeren, eventueel herijken én actualiseren.

Maak een quickscan met als centrale vraag: heeft de situatie in Oekraïne op de korte of langere termijn mogelijk gevolgen voor onze organisatie, onze stakeholders en/of onze doelgroepen; zo ja, welke gevolgen zijn dat en hoe kunnen we die weer in lijn brengen met onze doelstellingen?

Denk daarbij aan het analyseren van de randvoorwaarden. Die zijn bepalend voor het al dan niet halen van de strategische doelen. Voer een beknopte stakeholder- en omgevingsanalyse uit. Sommige stakeholders of doelgroepen worden minder relevant, andere of nieuwe stakeholders worden juist belangrijker.

Issues prioriteren

Prioriteer de issues die uit de analyse naar voren komen en bepaal hoe de organisatie hiermee dient om te gaan. Herdefinieer kernboodschappen en argumenten. Koppel er een (aangepaste/vernieuwde) strategische agenda aan vast voor minimaal de resterende periode in kalenderjaar 2022.

Al met al leidt het issuemanagement tot een heroverweging van de doelen van een bedrijf of instelling en dus van de public affairs, lobby en communicatie strategie.

Wanneer zowel de particuliere als de publieke sector tijdig issuemanagement toepast, is Nederland – in tegenstelling tot de eerdere bankencrisis en de corona-pandemie – nu wél (beter) voorbereid op een crisis.

*Beide auteurs zijn partner en senior adviseur bij advieskantoor EPPA, Den Haag

Communicatie is sleutel tot pandemische paraatheid

door Rob Sebes*

Na twee corona-persconferenties met de nieuwe minister van VWS is het moment aangebroken om de vraag te stellen: hoe gaan we in ons land op de lange termijn verder met de communicatie over coronamaatregelen?

Eerst nog even het nieuwe jasje van de persconferentie. De inleidingen van de bewindslieden zijn korter en duidelijker geworden. Zij gebruiken minder jargon en (bombastische) beeldspraak. Er worden sheets vertoond, waarop qua duidelijkheid nog wel een en ander valt af te dingen, en verder zijn er een paar subtiele visuele verschillen met de ‘oude’ persconferenties.

Ook kwam helder naar voren dat alle aangekondigde maatregelen zes weken gelden. Dit vergroot in elk geval de voorspelbaarheid voor ondernemers en publiek. Minister Kuipers kreeg bij zijn tweede corona-persconferentie terecht als eerste het woord onder toeziend oog van premier Rutte.

Nader onderzoek zal moeten uitwijzen hoe dit alles bij het publiek overkomt. Begrijpen de kijkers het beter en nog belangrijker: nemen zij de oproepen van beide bewindslieden ter harte? Ofwel, blijven of gaan zij zich gedragen naar de nog altijd geldende regels?

Belangrijk daarbij is te beseffen dat de persconferentie, in welke vorm en hoe belangrijk dan ook – alleen al door de kijkcijfers – slechts een deel van de totale communicatie over coronamaatregelen is.

Rollebollend over straat

De medisch deskundigen die soms rollebollend over de (virtuele) straat gaan, lijken het eens te zijn dat we voor de lange termijn rekening moeten houden met nieuwe vormen van coronabesmettingen. Ook al worden mensen dankzij vaccinaties, testen en maatregelen wellicht minder snel of minder ernstig ziek, varianten van corona of andere virussen zullen niet meer weg te denken zijn uit de samenleving.

Het nieuwe kabinet beseft dat ook, getuige de passage in het regeerakkoord over de ‘coronacrisis’: ‘Wij gebruiken de lessen uit de coronacrisis, zoals het belang van samenwerking, ontschotting en nieuwe (digitale) werkvormen, en maken ons land klaar voor toekomstige gezondheidscrises door versterking van de pandemische paraatheid’. Hier geen woord over de lessen die tot nu toe uit de communicatie kunnen worden getrokken. Sterker, een (beknopte) visie op de communicatie over ‘pandemische paraatheid’ ontbreekt.

Terwijl communicatie juist de sleutel is tot het gereed maken én motiveren van de samenleving. Zodat we klaar zijn vóór en goed kunnen omgaan mét de pandemische paraatheid. De ervaring van bijna twee jaar communicatie over corona is, in de wetenschap dat talloze communicatieadviseurs zich bovenmatig, vakkundig en loyaal hebben ingespannen, dat de rijksoverheid vooral aan het zenden is geweest.

De klassieke uitgangspunten dat communicatie tweerichting verkeer is, dat er een dialoog met de doelgroepen moet worden aangegaan, dat ideeën uit en ervaringen van de doelgroepen verrassend nuttig en bruikbaar kunnen zijn, ontbraken grotendeels. Dat heeft, mede door de kracht van social media, opposanten van de coronamaatregelen gelegenheid geboden zich de manifesteren.

Terug naar de in de eerste alinea gestelde vraag: hoe gaan we in ons land op de lange termijn verder met de communicatie over coronamaatregelen? Voor het leesgemak laat we de situatie in het buitenland buiten beschouwing, hoewel is gebleken dat die wel degelijk van invloed is op de algemene opinie over coronamaatregelen in ons land.

Zonder tweerichting verkeer, zonder dialoog en dus zonder de ondernemers en burgers serieus te nemen, kan er misschien medisch-technisch wel een pandemische paraatheid ontstaan. Maar de vraag is of dat maatschappelijk wordt geaccepteerd.

Stop louter ‘zenden’

Andersom gezegd: het nieuwe kabinet moet afstappen van het ‘zenden’. Er moet een strategische keuze worden gemaakt om de samenleving te betrekken. Dat kan door veel nauwer samen te werken met maatschappelijke organisaties, bedrijven en ondernemers, de culturele sector, de evenementenbranche, de zorgsector, het onderwijs, sportverenigingen, decentrale overheden en ga zo maar door.

Ook moet het kabinet niet schromen de dialoog te zoeken met individuele burgers, met huishoudens, gezinnen, jongeren. Draagvlak creëren, het gewenste gedrag stimuleren. Tegelijkertijd duidelijk aangeven dat je het niet iedereen naar de zin kunt maken. In het besef dat er altijd opposanten zullen zijn.

De genoemde passage in het regeerakkoord over de coronacrisis meldt ook nog dat het kabinet overweegt een Chief Medical Officer aan te trekken die ‘kan bijdragen aan betere publieke zorg’. Suggestie: stel dan ook een Chief Communications Officer aan. Geef deze twee ‘Çhiefs’ – die uiteraard nauw met elkaar samenwerken – voldoende budget, menskracht, middelen en bevoegdheden om de pandemische paraatheid echt te bewerkstelligen.

De Chiefs pakken er dan natuurlijk ook het recente advies over coronabeleid van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) aan het kabinet bij waarin onder meer staat: ‘Redeneer vanuit mensen; zet kwaliteit van leven van burgers centraal en houd meer rekening met hun situatie’.

 

*Partner en communicatiestrateeg adviesbureau EPPA, Den Haag

 

EPPA-onderzoeksrapport lobby in gemeenteraad Apeldoorn

De Apeldoornse gemeenteraad besprak onlangs het EPPA-onderzoeksrapport over lobby van de gemeente. EPPA is, naast vertrouwd adviseur, ook toonaangevend op het gebied van public affairs onderzoek naar de lobbyeffectiviteit, eigen organisatie of reputatie.

Belangrijkste bevindingen onderzoek
EPPA heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar public affairs in de gemeente Apeldoorn met interviews met betrokken wethouders en ambtenaren, enquêtes en desk research. Hieruit blijkt dat de gemeente Apeldoorn met relatief weinig middelen, mensen en materiaal veel bereikt (doelmatig), maar dat concrete, SMART-geformuleerde doelstellingen vaak ontbreken (doeltreffend). Uit eerder EPPA-onderzoek bleek al dat meer gemeenten hiermee worstelen.

Aanbevelingen aan de gemeente Apeldoorn
Op basis van onze bevindingen en jarenlange ervaring en expertise met public affairs bij gemeenten heeft EPPA vervolgens een aantal aanbevelingen gedaan, gericht op het College van B&W, de Gemeenteraad en de ambtelijke organisatie. Grofweg zijn deze aanbevelingen onder te brengen in 2 categorieën:

  1. Focus aanbrengen.
  2. Coördinatie verstevigen.

 

Meer weten?
EPPA heeft verschillende succesvolle onderzoeks- en adviesmethoden ontwikkeld om u van strategisch organisatieadvies te voorzien bij complexe vraagstukken op het gebied van belangenbehartiging en beleid. Wij onderzoeken met onze goed gevulde gereedschapskist hoe uw organisatie de belangenbehartiging effectiever en efficiënter kan invullen en hoe u vervolgens invloed kan uitoefenen op de voor u relevante besluitvorming.

Wij doen dit aan de hand van de strategische Public Affairs Cyclus. Daarbij kijken wij met onze beproefde methodieken naar interne processen én naar de positie van uw organisatie in de politiek-bestu>urlijke en maatschappelijke omgeving. Uiteraard staan we ook klaar om vervolgens samen met u aan de slag te gaan met de implementatie van de verbeterpunten.

Digital Public Affairs boost door Corona / COVID19

Door de Coronacrisis is er extra aandacht voor Digital Public Affairs. Organisaties zoeken naar oplossingen om hun belangen te behartigen bij beleidsmakers en politici nu direct contact lastiger is geworden. EPPA biedt al langere tijd succesvol Digital Public Affairs diensten aan voor klanten uit diverse sectoren.

Klik hier om de Digital Public Affairs brochure te downloaden.

Als u wilt weten wat EPPA voor uw organisatie kan toevoegen, neem dan contact op met jan.puts@eppa.nl of rob.sebes@eppa.nl.

EPPA start intervisiegroep Gemeentebelangen

De gevolgen van de decentralisatie, de almaar groter wordende financiële problemen van gemeenten, de (naweeën van de) coronacrisis én de naderende Tweede Kamer verkiezingen onderstrepen de noodzaak van gemeentelijke lobby of public affairs in Den Haag.

EPPA heeft de stand van deze lobby onderzocht onder een doorsnee van de gemeenten; van klein tot heel groot en verdeeld over vrijwel het gehele land.

Uit het onderzoek van EPPA kwam een aantal interessante conclusies en aanbevelingen naar voren. Zo blijkt dat maar liefst 85% van de gemeenten lobby (zeer) belangrijk vindt. Tegelijkertijd mist 59% van respondenten concrete, SMART gemaakte speerpunten voor de lobby. Zo’n 62% heeft of besteedt naar eigen zeggen te weinig tijd wanneer het op contacten met landelijke politici aankomt. Ook worden de partijlijnen van wethouders te weinig benut.

In de respons benadrukten de deelnemers ook het nut van kennisdeling tussen gemeenten. Niet alle gemeentelijke PA-adviseurs beschikken over PA-ervaring of collega’s waarmee ze intern kunnen sparren. Kennisdeling draagt bij aan een grotere effectiviteit en het realiseren van gemeentelijke speerpunten. Daarom start EPPA voor ambtenaren die lobby in hun portefeuille hebben een intervisiegroep Gemeentebelangen.

Het nut van intervisie

Intervisie is een georganiseerd gesprek tussen mensen die werkzaam zijn in hetzelfde vakgebied. Onderwerp van gesprek zijn de verrichte en nog te verrichten werkzaamheden en de daaraan gerelateerde uitdagingen voor en problemen van de deelnemers. Het doel van intervisie is dat de deskundigheid van de betrokkenen wordt vergroot, werkprocessen beter verlopen en de kwaliteit van het werk verbetert.

Hoe werkt het?

EPPA organiseert vijf keer per jaar een (digitale) intervisiebijeenkomst. De intervisie vindt plaats in groepen van vijf of zes gemeentelijke PA-adviseurs. In elke sessie staat een uitdaging van één van de deelnemers centraal. Hierover gaan alle deelnemers in gesprek en komen leer- en ervaringspunten naar voren. Daarnaast organiseren we in elke sessie een gedeelte voor actuele kwesties. Deelnemers die een jaar lang in alle sessies aanwezig zijn, ontvangen een certificaat van deelname.

EPPA organiseert de intervisiegroep, bereidt deze voor, waakt over de voortgang en voert het secretariaat. Daarnaast is steeds één van onze senior adviseurs die betrokken waren bij de enquête en die veel ervaring hebben met lobby in de publieke sector beschikbaar om mee te sparren.

Over EPPA

EPPA is een toonaangevend strategisch adviesbureau op het gebied van public affairs en communicatie. Al meer dan veertig jaar adviseren wij onze opdrachtgevers op de achtergrond hoe ze hun belangen effectief kunnen behartigen. Onze kernwaarden zijn betrouwbaarheid, maatwerk en effectiviteit.

De veertien adviseurs van EPPA beschikken over de juiste kennis en ervaring om de politieke en bestuurlijke situatie en ontwikkelingen op de juiste waarde in te schatten en bestuurders en ambtenaren hierover te adviseren. Wij adviseren over uw contacten met de politiek op basis van een uitgebalanceerde en geïntegreerde aanpak van public affairs en strategische communicatie.

Belangrijk kenmerk van EPPA is bovendien dat onze adviseurs actief klankborden binnen het eigen kantoor en team. Onze adviseurs hebben daardoor een goede ‘thuisbasis’ die ten voordele komt aan de dienstverlening aan de opdrachtgever.

Van oudsher is EPPA goed thuis in de publieke sector. Zo werken wij onder meer voor diverse koepel- en belangenorganisaties in de publieke sector, verscheidene individuele gemeenten, provincies en diverse regionale samenwerkingsverbanden. Onze medewerkers hebben hart voor de politiek en de publieke zaak. EPPA onderschrijft de gedragscode van de Beroepsvereniging Public Affairs (BVPA).

Voor meer informatie over de opzet van de intervisie en de tarieven voor deelname aan de serie van vijf intervisiebijeenkomsten van EPPA kunt u contact opnemen met:

René Rouwette, senior adviseur EPPA: rene.rouwette@eppa.nl, m. 06 – 42 92 15 47

Rob Sebes, partner EPPA: rob.sebes@eppa.nl, m. 06 – 53 54 77 05

Lobby belangrijk voor gemeenten, maar lang niet altijd goed belegd

door René Rouwette en Rob Sebes*

Gemeenten, van klein tot heel groot, hechten veel waarde aan een eigen lobby richting parlement en kabinet in Den Haag. Maar veel gemeenten worstelen met het kiezen van speerpunten in de lobby, het leggen van contacten met landelijke politici en de interne organisatie van de lobby.

Dat blijkt uit nieuw onderzoek van EPPA, het in Den Haag gevestigde adviesbureau voor public affairs en strategische communicatie. Aan het onderzoek namen 34 kleine, middelgrote en grote gemeenten verspreid over heel Nederland deel. De enquête voegt een nieuwe dimensie toe aan bestaand (wetenschappelijk) onderzoek en zoomt in op de praktische situatie van de lobby, zoals capaciteit, tijdbesteding en de plek waar lobby bij gemeenten is ondergebracht.

Een ruime meerderheid van de gemeenten, namelijk 85%, vindt lobby belangrijk tot zeer belangrijk. Deze mate van importantie geldt voor gemeenten ongeacht hun grootte. Tegelijkertijd mist 59% van de respondenten concrete speerpunten voor de lobby volgens het SMART-principe (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden).

Een veelgenoemde reden hiervoor is dat ‘er nog veel in ontwikkeling is’. Verder melden gemeenten dat er wel SMART subdoelen zijn of dat de lobby-speerpunten weliswaar van belang zijn, maar in de praktijk van alledag niet voldoende prioriteit krijgen. Een aantal respondenten benadrukt dat de actualiteiten en politieke situaties leidend zijn, waardoor het maken van SMART lobbydoelen onmogelijk of onhandig is.

Te weinig tijd

Belangrijke lobby-onderwerpen die door gemeenten worden genoemd zijn energie en duurzaamheid (20%), wonen en ruimtelijke ordening (16,5%), infrastructuur (eveneens 16,5%) en sociaal domein (12,9%).

Het belang van lobby neemt toe door de gemeentelijke kosten van de decentralisatie, de almaar groter wordende financiële problemen van gemeenten, de (naweeën van de) coronacrisis én de naderende Tweede Kamer verkiezingen.

Toch heeft of besteedt 62% naar eigen zeggen te weinig tijd – namelijk zo’n 11% van de totale tijd – wanneer het op contacten met landelijke politici aankomt. Er ligt veel focus op intern overleg en het verkrijgen van draagvlak voor de lobby binnen de gemeente.

Ook worden de partijlijnen van wethouders richting het Binnenhof te weinig benut. Een minderheid van de deelnemende gemeenten (44%) had op het moment van het onderzoek contact opgenomen met de programmacommissies voor de Tweede Kamer verkiezingen in maart 2021.

Veel verschil in ‘huisvesting’ lobby

De ‘huisvesting’ van de lobby kent een grote verscheidenheid. Een kleine meerderheid (53%) – vooral bestaande uit middelgrote en grote gemeenten – heeft een eigen public affairs unit. De plek waar deze unit is ondergebracht, varieert nogal. Gemeenten noemen de afdelingen strategie, beleid, communicatie en juridische zaken. De units bestaan uit 0,2 tot acht fte’s gericht op Den Haag. Daarnaast hebben sommige gemeenten nog capaciteit richting Brussel, andere landen of de grensregio.

Tweederde van de gemeenten van onder de 50.000 inwoners ontbeert een eigen public affairs unit. Deze gemeenten onderschrijven weliswaar de noodzaak van Haagse lobby, maar komen er in veel gevallen niet aan toe of hebben onvoldoende financiële middelen voor uitbreiding van het personeelsbestand. Wel zetten deze gemeenten vaak fors in op de belangenbehartiging in de regio via hun colleges van B&W en uiteenlopende beleidsambtenaren.

Aanbevelingen

Op grond van de onderzoeksresultaten en in samenspraak met een vijftiental lobbyisten van de deelnemende gemeenten heeft EPPA tien aanbevelingen opgesteld. Zo dienen gemeenten duidelijke en concrete, SMART gemaakte lobby-prioriteiten te hebben.

De gemeentelijke lobbyist doet er goed aan meer tijd ‘buiten’ te spenderen. Samenwerking en onderlinge kennisdeling tussen gemeenten zijn essentieel voor een goede lobby en de gemeente dient lobbykennis binnenboord te halen. Tot slot: op de belangrijkste lobby-onderwerpen moeten wethouders hun partijlijn richting het Binnenhof beter benutten.

*René Rouwette was senior adviseur bij EPPA en Rob Sebes is partner van EPPA

De enquête werd uitgevoerd en geanalyseerd door Lisa Dubbeldam, destijds researcher bij EPPA