
De nieuwe minister van Infrastructuur en Waterstaat, Vincent Karremans, zei het enkele dagen voor zijn beëdiging: “Infrastructuur klinkt misschien saai, maar is hartstikke belangrijk. Infrastructuur is de basis onder onze economie.”
Daarmee is infrastructuur ook politiek gezien, allesbehalve saai.
Twee concurrerende prioriteiten, één pot met geld
Twee grote opgaven concurreren namelijk om dezelfde middelen:
- Onderhoud en vervanging van bestaande infrastructuur
Wegen, bruggen, waterkeringen en spoorlijnen halen zelden de voorpagina, totdat het misgaat. Bruggen die sluiten, wegen die verzakken of treinen die uitvallen leggen het dagelijkse leven stil. Vertragingen leiden jaarlijks tot €1,3 tot €1,6 miljard aan economische schade (bron: Rijkswaterstaat). Daarmee is infrastructuur een economisch vraagstuk.
- Nieuwe infrastructuur voor regionale bereikbaarheid
Nieuwe spoorlijnen, bruggen of sluizen zijn zichtbaar, hebben een symbolische waarde en zijn daarom aantrekkelijk voor politici die hun stempel willen drukken.
Bovendien: de bereikbaarheid van regio’s staat hoog op de politieke agenda. De discussies binnen het kabinet-Schoof over de Lelylijn en de Nedersaksenlijn laten zien dat investeringen in nieuwe verbindingen direct raken aan regionale ontwikkeling, woningbouw, economische groei en electorale belangen.
Waar liggen je kansen als belangenbehartiger?
Beide zijn urgent. Maar er is slechts één pot geld waaruit dit wordt bekostigd: het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT).
Het MIRT is het gezamenlijke investeringsprogramma van Rijk en regio voor infrastructuur, ruimte en water. De projecten binnen dit investeringsprogramma doorlopen vaste fasen, lopend van verkenning tot realisatie, met formele beslismomenten. Wie invloed wil uitoefenen, moet weten in welke fase een project zit, en wélk besluit wánneer valt.
- Begrijp het speelveld: het MIRT is co-creatie
De besluitvorming binnen het MIRT is nadrukkelijk een samenspel: het Rijk (vertegenwoordigd door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) werkt samen met provincies, gemeenten, vervoerregio’s en waterschappen in de Bestuurlijke Overleggen MIRT. Dit betekent dat belangenbehartigers zich niet enkel moeten richten op Den Haag.
Daarnaast kunnen maatschappelijke organisaties, marktpartijen en kennisinstellingen worden betrokken, met name in de verkenningsfase.
- Ken de parlementaire momenten en de minder zichtbare kansen
De Tweede Kamer heeft budgetrecht en kan prioriteiten verleggen. Het jaarlijkse Commissiedebat MIRT (meestal in juli) is één van de zichtbare momenten waarop Kamerleden hun accenten leggen, samen met begrotingsbehandelingen.
Maar wie alleen daarop inzet, mist kansen. Er zijn genoeg andere commissiedebatten waar dit onderwerp aanbod komt, bijvoorbeeld de commissiedebatten over spoor, ruimtelijke ordening, staat van de infrastructuur, strategische keuzes bereikbaarheid en woningbouw en mobiliteit.
Is infrastructuur een saai onderwerp? Absoluut niet. Saai bestaat niet in een miljardenstrijd.
Het is een politiek geladen verdelingsvraagstuk waarin miljarden worden verdeeld, regio’s tegen elkaar worden afgewogen en politici ondertussen strijden om een politiek nalatenschap.
Heeft u vragen over de prioritering tussen onderhoud en nieuwe infrastructuur of de besluitvorming binnen het MIRT? EPPA denkt graag met u mee. Neem hier contact op met EPPA.



















