De versplintering van de Nederlandse politiek en het veranderende karakter van Public Affairs activiteiten

In de afgelopen 30 jaar is de Nederlandse politieke omgeving sterk veranderd. Deze veranderingen beïnvloeden de wijze waarop een effectieve lobby gevoerd kan worden.

Bij het terugkijken naar een periode van 30 jaar zijn de veranderingen van het Nederlandse politieke landschap te vatten in één term: ‘versplintering’. De politieke verhoudingen zijn versplinterd over meer belanghebbenden en het de verwachting is dat deze versplintering doorgaat; in elk geval niet minder wordt. Welke verschijnselen ondersteunen deze verwachting. Op ten minste vier niveaus is deze machtsverspreiding waarneembaar. Allereerst op het niveau van de Tweede Kamer.

  • Het aantal gezamenlijk zetels van de ‘klassieke grote partijen’ – het CDA, de VVD en de PvdA – is de afgelopen 30 jaar spectaculair afgenomen. In 1986 hadden deze partijen tezamen 133 zetels van de 150. In de huidige verhoudingen zijn dat er nog maar 89 en de peilingen geven aan de 75 zetels niet meer gehaald worden. Het formeren van een coalitie – en het overbrengen van de juiste boodschap in een bepaalde lobby – was 30 jaar geleden eenvoudig; in elk geval overzichtelijk en is thans een stuk gecompliceerder geworden.
  • Ook het aantal zetels van de grootste partij is in afgelopen periode eveneens teruggelopen. In 1986 was dat 54 zetels en thans is dat 40. Daarbij komt nog dat volgens de huidige peilingen dit getal wel eens onder de 30 uit zou kunnen gaan komen bij de volgende 2e Kamerverkiezingen.
    Een ander aspect in dit verband is dat de zittingsduur van individuele Kamerleden in de afgelopen 30 is teruggelopen van 10 naar 4 jaar gemiddeld.

Een tweede perspectief waaruit blijkt dat er sprake is van versplintering is de verhouding tussen de Tweede en de Eerste Kamer.

  • Er is voor de tweede keer op rij geen meerderheid in de Eerste Kamer met betrekking tot de coalitieverhoudingen in de Tweede Kamer. Met het oog op de peilingen zal dat ook bij volgende verkiezingen zo blijven en benadrukt worden.
  • De Eerste Kamer lijkt steeds meer ‘bevolkt’ te worden door belangenbehartigers: voorzitters en directeuren van grote belangrijke maatschappelijke organisaties (Bouwend Nederland, zorginstellingen en zelfs VNO-NCW).

Een derde perspectief dat de versplinteringsstelling ondersteunt is de wijze waarop de laatste jaren door de regering draagvlak wordt gecreëerd.

  • De huidige kabinetten sluiten steeds meer onderwerpsgewijze akkoorden met het maatschappelijk middenveld alvorens ze daadwerkelijk tot wetsvoorstellen overgaan. Deze akkoorden worden – in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Akkoord van Wassenaar – lang niet allemaal uitgevoerd. Er wordt – veel meer dan 30 jaar geleden – geleund op partijen die buiten de Staten Generaal staan (denk hierbij aan het Sociaal Akkoord, het Energie Akkoord etc.).

Een vierde perspectief is de toegenomen omloopsnelheid van een issue. Dit mede veroorzaakt door de ontwikkeling van de (sociale) media. Een issue ontstaat in seconden – vaak volledig buiten de invloedssfeer van de klassieke stakeholders om – en kan impact voor jaren hebben.

Deze vier ontwikkelingen laten één ding duidelijk zien. De macht is verdeeld over veel meer partijen (politieke en overige) dan 30 jaar geleden. Het mag dan ook geen verrassing zijn dat zij van grote invloed zijn op het uitvoeren van een efficiënte en effectieve lobby. Er moet op veel meer borden tegelijk geschaakt worden. Enkele belangrijke recente veranderingen in dit werk zijn.

  1. De invloed van de kleine partijen is enorm toegenomen en biedt goede kansen voor het behalen van een resultaat. Investeer dan ook structureel in deze partijen.
  2. Partijen zullen minder in staat zijn om in de regeerakkoord fundamentele keuzes te maken en hervormingen te doen. De rol van het buiten-politieke neemt hierdoor toe. De lobby eindigt niet bij een gesprek met een Kamerlid.
  3. Senatoren zoeken het politieke spel meer dan ooit. Zij zijn dus ook toegankelijker dan ooit. Veel meer kansen voor een lobby dan vroeger.
  4. Er wordt meer geleund op maatschappelijke organisaties – waaronder koepels en bonden. Dit biedt enorme mogelijkheden voor het voeren van een succesvolle lobby. Onder andere het ‘contributiemiddel’.
  5. Het politieke debat wordt op steeds meer media gevoerd en met de inzet van veel verschillende communicatiemiddelen. Correct, tijdig en via het meest geschikte medium communiceren is geen bijzaak meer maar een integraal onderdeel van een goede public affairs strategie.
  6. Conclusie is dat het voeren van een effectieve lobbby er niet eenvoudiger op geworden is. Maar door de versplintering zijn er wel veel meer mogelijkheden ontstaan om tot een succes te komen. Daarbij zullen organisaties meerdere disciplines moeten inzetten: lobby, communicatie (misschien wel crisiscommunicatie) en mediabeleid. Ofwel: een geïntegreerde aanpak. Wij van EPPA helpen u daar graag bij.