Rob Sebes over burgerforum voor klimaatbeleid in dagblad Trouw

EPPA-partner en communicatiestrateeg Rob Sebes schreef vorige week een scherp stuk over het burgerforum voor klimaat- en energiebeleid in Trouw.
In het stuk zet Rob concrete vraagtekens bij de reikwijdte van het burgerforum. Gaan politici daadwerkelijk aan de slag met de adviezen van het burgerforum of belanden ze gewoon in de prullenbak?

Lees de volledige column op de website van Trouw.

 

 

 

Minister voor Langdurige Zorg en Sport: een geopolitieke baan

Conny Helder (VVD), minister voor Langdurige Zorg en Sport, is een bestuurder met decennialange ervaring in de zorg. Een onmisbare troef voor een dergelijke ministerpost. Toch wordt een stevige geopolitieke achtergrond steeds belangrijker voor een sportminister. Zo maakt Helder zich nu al hard voor een boycot van Russische atleten op de Olympische Spelen van volgend jaar, zo blijkt uit een Kamerbrief waarover verschillende media uitvoerig schreven.

Tijdens het meest recente Wereldkampioenschap voetbal vloog de minister – tegen de wens van de Tweede Kamer in – naar het snikhete Qatar om te praten over mensenrechten en om het gasrijke gastland te vriend te houden. Geen klein klusje, vandaar dat de Fransen hun president naar Qatar stuurden en de Amerikanen en Britten hun ministers van Buitenlandse Zaken. Dat het Nederlandse kabinet de minister voor Langdurige Zorg en Sport naar Qatar stuurde, zegt veel over het groeiende geopolitieke takenpakket van de minister.

Even veelzeggend is Helders oproep om geen Russische atleten toe te laten op de volgende Olympische Spelen als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Helder deed die oproep vorige week in een brief aan de Tweede Kamer. Hiermee raakt haar ministerpost onlosmakelijk verbonden aan de politieke uitdagingen op het internationale strijdtoneel. En aan dergelijke uitdagingen is de komende jaren geen gebrek.

Naast de Olympische Spelen, zijn de komende twee jaar gevuld met internationale sporttoernooien in onder meer Saoedi-Arabië en China. Die sportevenementen zullen ongetwijfeld maatschappelijke, commerciële en politieke vragen teweegbrengen. Op die vragen heeft de minister voor Langdurige Zorg en Sport hopelijk al een stellig antwoord geformuleerd. Het zal in ieder geval steeds vaker van haar verwacht worden.

2023: Het jaar van de fusie?

Het jaar 2023 is net een maand bezig, maar partijen zijn alweer volop in beweging. Of het nu komt door een gebrek aan kiezers, een gebrek aan wapens of een gebrek aan een marktmacht: fusies zijn aan de orde van de dag.

Zo schreef het NRC Handelsblad uitgebreid over de plannen van de Nederlandse en Duitse landmacht om hun gevechtseenheden samen te voegen. In medialand lag de focus daarnaast op de beoogde fusie van RTL Nederland en Talpa. Maar de meest besproken poging tot fusie van vorige week bestond uit de gezamenlijke partijcongressen van GroenLinks en de PvdA.

De drie pogingen tot samensmelting bleken echter allesbehalve vanzelfsprekend. Een fusie van RTL en Talpa was volgens de ACM onwenselijk, omdat het media-aanbod uiteindelijk veel duurder zou worden voor de consument. De steeds ‘nauwer wordende samenwerking’ tussen Nederlandse en Duitse gevechtseenheden wordt door de landmacht geen ‘fusie’ genoemd, maar een ‘samenwerking van twee volstrekt gelijkwaardige partners, waarbij de soevereiniteit van beide landen vooropstaat.’ Echter, zowel politici als militairen hebben nog vraagtekens bij de precieze grenzen van die ‘soevereiniteit’. Vragen over zelfbeschikking waren ook te horen op het GroenLinks-Pvda-congres. ‘We moeten honderd jaar sociaaldemocratie niet verkwanselen voor electorale winst op de korte termijn’, aldus een PvdA-politicus.

Ondanks deze praktische drempels is het waarschijnlijk dat ‘nauwer wordende samenwerking’ een belangrijke trend wordt de komende jaren. De polycrisis van de afgelopen jaren lijkt nog wel een tijdje door te sudderen. Een zoektocht naar nieuwe vrienden is voor veel partijen dan ook onvermijdelijk.

Digitale politiek: een tweesnijdend zwaard

Politici zijn tegenwoordig overal online te zien. Die ontwikkeling is begrijpelijk: sociale media geven politici de kans om hun boodschap met een paar klikjes te delen met de media, kiezers en collega-politici.

Dat is niet zonder risico. Politiek Den Haag wordt immers overspoeld met online haatberichten en sociale media maken de generatiekloof tussen sommige politici en een deel van hun kiezers soms pijnlijk zichtbaar. Niet elke politicus is even handig met de nieuwste media, betoogt schrijver en lichaamstaalcoach Kees-Jan Dijkstra in De Telegraaf.

Tweede Kamerleden en bewindspersonen zijn desondanks inmiddels niet meer weg te denken van het online medialandschap. Dat landschap is dan ook onmisbaar voor politici, gezien een groot deel van hun kiezers zich dagelijks online begeeft. De tijd waarin politieke partijen hun achterban uitsluitend bereikten via krantencolumns, partijbladen en boeken is al lang voorbij. Vorige week nog berichtten de NOS, De Volkskranten andere media dat er steeds minder Nederlandstalige boeken over de toonbank gaan.

Mede daarom zijn Tweede Kamerleden jaarlijks verantwoordelijk voor duizenden tweets. Ook de meeste bewindspersonen zijn tegenwoordig niet vies van een goed getimede vlog. Wat vliegt de tijd. In 2006 debatteerden Rutte en Balkenende nog over de aanvaardbaarheid van mediaverschijningen voor bewindslieden. Anno 2023 deelt premier Rutte vrijwel wekelijks een story of reel op zijn sociale media.

Tegelijkertijd vormen diezelfde media een tweesnijdend zwaard voor politiek Den Haag. Sociale media maken het tenslotte niet alleen mogelijk om veel te zenden, maar ook om veel te ontvangen. Dat biedt kansen aan bijvoorbeeld bedrijven, branche- en beroepsorganisaties, ngo’s en decentrale overheden om hun politieke belangenbehartiging kracht bij te zetten met de inzet van diezelfde sociale media.

Zij kunnen bewindslieden en Kamerleden ‘rechtstreeks’ bereiken en voor het oog van de natie hun problemen én oplossingen laten zien. Natuurlijk niet ongebreideld. Net als in de klassieke manier van belangenbehartiging geldt hier: verkondig de juiste boodschap op het juiste moment.

Lobby en communicatie als abc’tje in branches

door Rob Sebes*

Voorzitters van brancheorganisaties en samenwerkingsverbanden die ‘van buiten’ komen, hebben meer oog voor belangenbehartiging, lobby, externe communicatie en hun ‘boegbeeldrol’ dan hun collega’s die uit de sector zelf afkomstig zijn.

Dat is één van de uitkomsten van de laatste editie van het Nationaal Voorzittersonderzoek, een samenwerking tussen Gasseling Search, VNO-NCW en MKB-Nederland.

Aan de ene kant is dat een abc’tje. Voorzitters ’van buiten de branche’ komen bijvoorbeeld uit de landelijke politiek, hebben bij een groot bedrijf gewerkt of zijn verzamelaars van allerlei bestuurlijke functies.

Voorzitters van binnen de branche zijn meestal ondernemers die zich eerst op lokaal of regionaal niveau hebben gemanifesteerd als ‘voorloper’ op uiteenlopende sociaaleconomische terreinen.

Daarmee spelen zij zich meestal onbewust in de kijker van de landelijke brancheorganisatie. Zij zijn en blijven pur sang ondernemers; lobby, externe communicatie en een boegbeeldrol van de branche zitten bij deze ‘bestuurders tegen wil en dank’ niet in de genen.

Bruikbare gegevens

Aan de andere kant zijn de onderzoeksgegevens zeer bruikbaar voor brancheorganisaties of samenwerkingsverbanden die zich bezinnen en heroriënteren op de toekomst van hun sector, en daarmee ook op hun eigen toekomst.

Zeker wanneer je lobby en externe communicatie koppelt aan andere uitkomsten van het Voorzittersonderzoek. In de top drie van de rubriek ‘verenigingsuitdagingen voor de komende drie tot vijf jaar’ staan respectievelijk verduurzaming/circulariteit/energietransitie, arbeidsmarkt/instroom/duurzame inzetbaarheid en digitalisering.

Stuk voor stuk thema’s die grote impact hebben op de inzet en het doorzettingsvermogen van de leden, maar zeker ook voor de brancheorganisatie zélf. Thema’s ook, die niet op zichzelf staan maar verband met elkaar houden en die de branche in samenhang moet op- en aanpakken.

Uiteindelijk gaat het om het antwoord op de vraag: hoe kunnen wij als branche te midden van al deze complexe en samenhangende uitdagingen het hoofd boven water houden en zelfs nog resultaten boeken?

Allerhoogste niveau

Naast economische, financiële, sociale, duurzaamheids- en technische/digitale uitdagingen moeten brancheorganisaties daarom lobby en externe communicatie de hoogste prioriteit geven en al hun werkzaamheden daarvan in dienst stellen.

Dat geldt dus zeker ook voor de boegbeelden van de organisatie, de voorzitter en niet te vergeten de directeur. Tussen hen is immers altijd een wisselwerking in rol- en taakverdeling, zoals blijkt uit hetzelfde onderzoek.

Brancheorganisaties en samenwerkingsverbanden hebben soms professionals in huis voor lobby en communicatie, maar vaak ook niet. Of er is iemand die ‘het erbij doet’. In alle situaties is het verstandig dat de branche een check doet of de huidige voorzitter en directeur voldoende oog en vaardigheden hebben voor lobby en communicatie. Bij het zoeken van een nieuwe voorzitter of directeur dient dit hoog op het lijstje met functie-eisen te staan.

Laat dat óók een abc’tje worden.

*Partner en communicatiestrateeg bij EPPA Den Haag

‘Ken je doelgroep’

Het vertrouwen in de overheid en in de politiek ligt ‘historisch’ laag, aldus verschillende onderzoeksrapporten en peilingen. Eén van de oorzaken voor het toenemende wantrouwen is inefficiënte communicatie naar burgers toe. Burgers lijken steeds minder goed te weten waar de overheid en de politiek mee bezig zijn.

Uitvoerende overheidsinstanties, zoals de Belastingdienst, krijgen keer op keer het verwijt dat zij onduidelijk communiceren. Het taalgebruik naar burgers toe zou voor diezelfde burgers gewoonweg onduidelijk zijn. In talloze gevallen leidt dat communicatiehiaat tot misverstanden tussen overheid en burger. Daarbij kiest de overheid te vaak voor juridische procedures tegen burgers. Zij verdwalen vervolgens ‘in een brij van procedures’, aldus VVD-Kamerlid Ulysse Ellian.

Ook Sebastien Valkenberg, filosoof en columnist voor Het Financieele Dagblad, wees onlangs naar de gebrekkige overheidscommunicatie als grote boosdoener. Valkenberg vergeleek de leesbaarheid van Amerikaanse (parlementaire) bestuursrapportages met hun Nederlandse tegenhangers. Zijn conclusie over de Nederlandse rapporten? ‘Menig passage in het werk van Hegel leest makkelijker weg’, aldus de filosoof.

‘Behalve onleesbaar is dit een democratie onwaardig’, vervolgde hij. Dat sentiment kan niet los worden gezien van de steeds luidere kreten om meer openbaarheid van bestuur. Eén van de luidste recente kreten verscheen vorige week in een advies van het Adviescollege Openbaarheid en Informatie (ACOI). Het ACOI adviseerde het kabinet om alle onderlinge werkgerelateerde chatberichten van topambtenaren en bewindspersonen centraal op te slaan.

Het is nog maar de vraag of het kabinet dit advies zal overnemen. Minister van Binnenlandse Zaken Hanke Bruins Slot (CDA) lijkt in ieder geval al voorzichtig positief over het advies. Zij komt ‘binnen drie maanden’ met een kabinetsreactie. Die drie maanden zijn voor het kabinet de uitgelezen mogelijkheid om zowel interne chatberichten als externe overheidscommunicatie stevig onder de loep te nemen. Eén basiscommunicatiecredo kan het kabinet daar alvast bij helpen: ‘Ken je doelgroep.’

Het afscheidsinterview: terug van nooit weggeweest

‘CU-leider Gert-Jan Segers vertrekt’, stond er vorige week te lezen in de online editie van de NRC. De voorman van de ChristenUnie liet in een uitgebreid interview met de krant weten dat hij de politiek zou verlaten. In een tijd waarin Tweede Kamerleden vaak hun vertrek aankondigen via Twitter, koos Segers alsnog voor een afscheidsinterview en hij is niet de eerste. Onder meer Arie Slob (CU), Wouter Koolmees (D66) en Klaas Dijkhoff (VVD) gingen hem daarin voor. Waarom houden sommige vertrekkende Kamerleden het bij een beknopte tweet en kiezen andere weer voor een lang afscheidsinterview?

Die vraag kan met één woord beantwoord worden: beeldvorming. Beeldvorming blijft vaak belangrijk voor politici, ook na het afstaan van een Kamerzetel. Een vertrek uit de politiek staat immers niet gelijk aan een onmiddellijk vertrek uit de openbaarheid. Het opstappen van een Kamerlid leidt dan ook vaak tot speculatie over onkunde en theorieën over slechte verhoudingen met collega-politici.

Die speculatie kan worden tegengegaan door middel van een afscheidsinterview. Zo’n interview biedt een vertrekkend Kamerlid de mogelijkheid om de regie te nemen in de laatste beetjes beeldvorming rondom zijn of haar persoon. Uiteraard hebben politici die beeldvorming niet volledig in de hand. Nederlandse journalisten blijven immers vaak kritisch schrijven over politici. Daarnaast kunnen (oud-)Kamerleden ook tijdens afscheidsinterviews geconfronteerd worden met pijnlijke vragen.

Desondanks is een interview een beter politiek afscheid dan een extern achtergrondartikel waarop slechts beperkte invloed mogelijk is. Ook de visuele beeldvorming wordt hierbij niet aan het toeval overgelaten. Een afscheidsinterview gaat dan ook gepaard met foto’s die het resultaat zijn van een nauwkeurig geregisseerde fotoshoot.

Uiteindelijk is regie op de eigen beeldvorming ook belangrijk indien het (ex-)Kamerlid in de toekomst nog te maken krijgt met de pers. En dat gebeurt – op z’n zachtst gezegd – nog wel eens. Zo is Arie Slob inmiddels ‘verbinder en boegbeeld’ voor de regio Zwolle, geeft Wouter Koolmees leiding aan de NS en is Klaas Dijkhoff actief als lobbyist. Beeldvorming blijft belangrijk, ook na een loopbaan in de politiek.

Vacature stagiair(e)(online) communicatie

Ben jij geïnteresseerd in politiek en media? Dan hebben wij dé stage voor jou! EPPA is op zoek naar een stagiair(e) op het gebied van (online) communicatie. Online media zijn niet meer weg te denken bij effectieve communicatie. Moderne berichtgeving moet bijvoorbeeld niet alleen tekstueel maar ook visueel aantrekkelijk zijn. Herken jij jezelf in de onderstaande tekst en kun jij een boodschap ondersteunen met prikkelende en aantrekkelijke visuals? Solliciteer dan snel en doe ervaring op bij een organisatie die meebeweegt met de laatste ontwikkelingen binnen de politiek en media.

Wie zoeken we?

  • Je zit in je (voor)laatste jaar van een hbo of universitaire studie, bijv. politicologie, communicatie, multimediadesign, bestuurskunde, rechten, geschiedenis en vergelijkbaar;
  • Je bent algemeen ontwikkeld en bovenmatig geïnteresseerd in politieke ontwikkelingen;
  • Je bent op de hoogte van het laatste nieuws en ontwikkelingen binnen de politiek en de media;
  • Je neemt initiatief en kunt zelfstandig werken;
  • Je werkt snel en nauwkeurig;
  • Je bent representatief en in voorkomende gevallen bereid om buiten kantoortijden te werken;
  • Je kunt goed omgaan met Office, WordPress en programma’s voor de bewerking van afbeeldingen;
  • Je beschikt over een vlotte pen.

Wat ga je bij ons doen?

  • Monitoren van politieke, bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen in de media vanuit het belang van onze opdrachtgevers;
  • Het volgen van de ontwikkelingen in het medialandschap;
  • Onze adviseurs ondersteunen bij hun dagelijkse werkzaamheden;
  • Conceptteksten schrijven voor persberichten, brieven en andere documenten;
  • Berichtgeving voor de organisatie en de klanten visualiseren (infographics, posters etc.);
  • Bijdragen aan communicatieve producten en uitingen van onze diverse opdrachtgevers die vaak ‘in the spotlight’ staan.

Over EPPA

EPPA is een gespecialiseerd adviesbureau op het gebied van strategische communicatie en public affairs. Ons kantoor bevindt zich dan ook in Den Haag. EPPA’s team adviseert en ondersteunt diverse opdrachtgevers met het bereiken van hun lobbydoelen. Wij begeleiden de belangenbehartiging en (strategische) communicatie van zowel middelgrote en kleine ondernemingen als beursgenoteerde bedrijven, brancheorganisaties en belangenorganisaties tot aan (semi)overheden en ngo’s.

Wat kun je van ons verwachten?

  • Een team van hardwerkende, professionele collega’s, die op informele wijze met elkaar omgaan;
  • Een kijkje in de keuken van de public affairs professional;
  • Een interessante stageplek waarbij de exacte periode in overleg wordt vastgesteld
  • Een passende stagevergoeding.

Lijkt een stage bij EPPA wel iets voor jou? Stuur dan een motivatie en een actueel cv voor 1 februari per e-mail naar Marc Wever, Adviseur Communicatie en (Digital) Public Affairs (marc.wever@eppa.nl). We zien je sollicitatie graag tegemoet!

Overheidscommunicatie naar een hoger plan

door Rob Sebes*

‘Communication is the problem to the answer’, zong de Britse popgroep 10CC in de jaren zeventig van de vorige eeuw in het nummer ‘The things we do for love’.

Het was een ironisch getint zinnetje in een heel andere context, een liefdesliedje. Toch  moet je onwillekeurig aan deze passage denken wanneer je het interview leest met de directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst, tevens voorzitter van de Voorlichtingsraad, in de recente editie van vakblad ‘C’ voor communicatieprofessionals.

De aanleiding voor het interview was het 75-jarig bestaan van de Voorlichtingsraad, een adviesraad en overlegorgaan van de directeuren Communicatie van alle departementen.

De ‘DG’ erkent dat het vertrouwen van burgers in ‘de overheid’ momenteel laag is. Communicatie kan dit volgens hem niet allemaal oplossen. Maar: met goede overheidscommunicatie kunnen we bijdragen aan het herstel van het vertrouwen, aldus de topambtenaar.

Het meest belangrijke daarbij is, stelt de DG, het geven van betrouwbare informatie vanuit de overheid. Om dit te realiseren, dient de overheid te weten wat er leeft ‘onder burgers en groepen burgers’. Het instrument van (communicatie)onderzoek is volgens de directeur-generaal essentieel. Daarnaast wil hij meer inzicht geven in de wijze waarop besluiten tot stand komen én dat de overheid – in de persoon van beleidsmakers en bestuurders – in contact treedt met burgers. Dit gebeurt naar zijn mening te weinig.

Gesprek aangaan

Daarom wordt er kennelijk met ‘burgers, specialisten en vakgenoten’ gedurende een jaar in het land het gesprek aangegaan over de overheidscommunicatie van de toekomst.

Een lovenswaardig initiatief – zij het ‘ietwat’ aan de late kant gezien de zich almaar voortslepende roerige tijden – dat echter wel tot meerdere vragen leidt. Wat gebeurt er met de overheidscommunicatie gedurende het ‘gespreksjaar’? Blijft alles bij het oude of worden bruikbare ideeën snel toegepast? In hoeverre wordt de mening van de gesprekspartners verwerkt in het vernieuwde overheidsbeleid ná dat bewuste jaar? Wat is de rol van de wetenschap, die het laatste decennium veel heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van het communicatie-vak in brede zin?

Gesneden koek

De antwoorden zullen voor de directeuren Communicatie misschien gesneden koek zijn, maar voor de vele duizenden communicatieprofessionals in de publieke sector, bij NGO’s, beroeps- en brancheverenigingen en in het bedrijfsleven zeker niet.

Al deze genoemde geledingen zijn óók van groot belang om burgers – die immers hun achterban/werknemers zijn – te bereiken. Daarom moet de overheidscommunicatie richting deze groeperingen ook op een hoger peil komen.

‘Wilde Westen’

Een ander vraagstuk is de rol van social media en in bredere zin digitale communicatie. Social media worden door velen binnen de overheidscommunicatie als het ‘Wilde Westen’ gezien.

Maar overduidelijk is dat social media er nu eenmaal zijn en blijven. Je moet er dus mee omgaan, ook als overheid. Dan gaat het niet alleen om door communicatieadviseurs geprepareerde tweets van bewindslieden. Het gaat om het brede spectrum van elkaar beïnvloedende social media en de positionering van de overheidscommunicatie daarin.

Er moet dus nog heel wat gebeuren om te zorgen dat – als het om het herstel van vertrouwen in de overheid gaat – communicatie kan bijdragen aan de oplossing van het probleem. Andersom gezegd, er dient te worden voorkómen dat een andere passage uit hetzelfde nummer van 10CC bewaarheid wordt: ‘You lay your bets and then you pay the price’.

*Partner en communicatiestrateeg bij advieskantoor EPPA Den Haag

Debat (z)onder dreiging

De afgelopen maanden werd bekend dat steeds meer politici te maken hebben met scheldpartijen, intimidaties en fysieke confrontaties. Vorige week nog schreef de NOS dat politici dit jaar 1072 meldingen deden van bedreiging: een recordaantal. Sommige politici zouden zich daardoor wel eens inhouden en niet altijd vrijuit spreken. Deze zorgwekkende ontwikkeling roept veel vragen op.

Wat betekent deze trend voor het politieke debat? Hoe herkent de televisiekijkende kiezer Kamerleden die zichzelf noodgedwongen de mond snoeren? Maar niet alleen de burger en de volksvertegenwoordiger krabben zich hierover achter de oren. Ook de medewerkers van politici – onder meer noodzakelijk voor communicatieadvies – worden op de proef gesteld door het debat onder dreiging. Een krachtige kernboodschap formuleren is makkelijker wanneer de opdrachtgever geen haat- en dreigmails als antwoord hoeft te verwachten.

Eerder luchtten Kamerleden hun hart al in de NRC, waar ze spraken over het verhitte maatschappelijke debat. Die verhitting zorgt er samen met de torenhoge werkdruk voor dat verschillende Kamerleden de handdoek in de Haagse ring gooien. Eerder dit jaar legden Esther Ouwehand (PvdD) en Ockje Tellegen (VVD) hun taken neer. Afgelopen vrijdag voegde Harry van der Molen (CDA) zich bij dat lijstje. Na het kerstreces gaat hij van politicus naar communicatiedirecteur van een Friese onderwijsinstelling. Daar zal hij meer ruimte krijgen om te kunnen communiceren.

Zullen zijn oud-collega’s in Den Haag die vrijheid ooit ook weer ervaren? Of moet er voortaan bij politieke uitingen altijd rekening worden gehouden met fysieke intimidatie en bedreigingen op sociale media? Deze vragen zijn complex, net als het huidige politieke klimaat. Die complexiteit in acht nemen bij de formulering van een boodschap is alvast een prima begin, zowel voor politici als voor hun medewerkers.